Dit is de meest gestelde vraag en het antwoord kan alle kanten uit. Wij raden in het algemeen aan om in het begin heel weinig aan te voeren omdat je niet weet hoeveel voer er nog ligt van je voorganger en of de vis wel aast. Zodra je vis begint te vangen kun je meer aanvoeren. Aanvoeren kun je met particles, pellets, tijgernoten, boilies of een mengsel van dit alles. Er wordt meestal gevist met boilies, maar er zijn zoveel verschillende boilie-smaken op de markt, dat het niet mogelijk is om er één uit te pikken en te adviseren. Ons advies op boilie-gebied is: koop kwaliteitsboilies of draai ze zelf. Heb vertrouwen in de boilie waarmee je altijd vist, die vangt in Frankrijk ook. Wil je toch verschillende smaken meenemen, kies dan een zoete en een vismeeltype uit. Pellets en tijgernoten zijn goedkopere maar goed werkende azen, waarmee je kunt aanvoeren en vissen. Er wordt door sommige vissers wel eens beweerd: We hebben alles geprobeerd, maar niets bleek er te vangen. Daarmee is het bewijs geleverd dat vis vangen meestal afhangt van het aaspatroon van de VIS op een bepaald moment en niet van het aaspatroon van de VISSER. Met andere woorden, je kunt nog zoveel aas in het water smijten en nog vang je geen schub. Denk eens goed na voordat je begint te voeren en meet eerst de temperatuur van het water. Voor alle duidelijkheid: onder 14° C en boven 25° C zal de karper aanzienlijk minder azen. Voer dan ook geen grote hoeveelheden zware boilies, maar eerder particles, gezoete maïs bijvoorbeeld is een geweldig aas bij alle weersomstandigheden. Maar dan mag er geen kleine dwergmeerval in het water aanwezig zijn. Gebruik anders goed gekookte tijgernoten om aan te voeren en als haakaas, die zal de dwergmeerval laten liggen. Een tweede aspect is dat je ook moet nagaan hoe het met de bodem is gesteld voordat je begint te voeren. Is het een harde bodem, zijn er verschillende dieptes, zijn er taluds, zijn er obstakels enz. Dit kun je onderzoeken met een peilhengel, met een dieptemeter op je voerboot of dmv een correcte dieptekaart van je stek. Probeer na te gaan waar de karper waarschijnlijk zal azen en probeer uw aas daar zo goed mogelijk te presenteren. Verander gerust van plek indien je niets vangt. Totdat je weet waar je vis vangt, probeer dan die plek zo juist mogelijk te bevissen. De karper heeft in elk water bepaalde trekroutes. Iemand die voor de eerste keer naar een onbekend water gaat, vangt altijd minder dan iemand die daar al vaker is geweest. Is de vraag voldoende beantwoord, waarschijnlijk niet, want er zijn duizenden mogelijkheden om aan te voeren en om vis te vangen.